Volksvroomheid in de schaduw van de Dom van Trier
Het thema van deze zaal verwijst naar de grote betekenis van het religieuze leven, met name in de kerkprovincie Trier. Onder het aartsbisdom Trier vielen tot de vrede van Westfalen in 1648 ook de bisdommen Metz, Toul en Verdun. Veel kloosters in Trier hadden landgoederen aan de andere kant van de grens in Lotharingen en Luxemburg.

Het religieuze leven speelde zeker op het platteland tot diep in de 20e eeuw een dominerende rol. Geboorte en doop, eerste heilige communie, huwelijk en dood en begrafenis vormden de grote keerpunten in een mensenleven die dienovereenkomstig gevierd werden. En de hoogtepunten van het jaar werden door de kerkelijke kalender bepaald.

Onder invloed van hun leefwereld kwam het lange tijd veel voor dat het geloof van de plattelandsbevolking een mengsel was van religieus gedachtengoed en bijgelovige ideeën en praktijken. Er zijn nog weinig voorwerpen uit die tijd over en dus hebben die weinige resten grote betekenis. De witgeschilderde keukendeur uit Konz-Niedermennig die aan het begin van de tentoonstelling te zien is, is een goed voorbeeld. Er zijn twee kruisen van was op aangebracht, waar vervolgens diverse malen overheen geschilderd is. Zulke kruisen van was werden vaak met kaarsen die bij Maria Lichtmis (2 februari) gewijd waren op huis- en kamerdeuren aangebracht om kwade geesten te verjagen. Er zijn ook andere praktijken bekend, zoals het bedruppelen van het vee met gezegende was.

Heiligen golden als pleitbezorger bij God bij grote en kleine noden. In een vitrine staan veertien heiligen zoals ze in de beschermheiligenkapel in Lampaden stonden opgesteld. Elk van deze heiligen werd in specifieke omstandigheden aangeroepen. Sint Joris hielp bijvoorbeeld als men bespot werd en als er oorlog dreigde, de heilige Blasius kwam te hulp bij keelproblemen en kinderziekten, de heilige Erasmus bij veeziekten en epidemieën, Pantaleon bij hoofdpijn, Vitus bij epilepsie, Christoffel bij dood, onweer en hagel, Dyonisus bij hoofdpijn, Cyriacus tegen kwade geesten en verzoekingen, Achatius bij doodsangst, Egidius bij onvruchtbaarheid, Margareta bij een zware bevalling, Sint Barbara bood steun aan stervenden en de heilige Catharina bij pijn aan de tong en bij hoofdpijn.

Zoals al valt af te leiden uit de vele Heilig-Hartfiguren die bewaard zijn gebleven, werd de Heilig Hart-beweging in de tweede helft van de 19e eeuw een katholieke massabeweging. Vooral op het platteland had dit een verstrekkende invloed op het dagelijks leven. Overal ontstonden op initiatief van plaatselijke geestelijken Heilig Hart-broederschappen voor de mannelijke bevolking en broederschappen van het Allerheiligste en Onbevlekte Hart van Maria voor vrouwen en kinderen.