De torenklok of de meetbaarheid van de tijd

De torenklok of de meetbaarheid van de tijd. Met je digitale horloge om de pols is het moeilijk voor te stellen dat de plattelandsbevolking zich eeuwenlang aan de hand van de stand van de zon of eventueel aan de hand van het luiden van de middag- en avondklok moest oriënteren.

Pas in de 18e eeuw werden hier en daar de kerktorens van grotere parochiekerken van een torenklok voorzien. Al vanaf de 18e eeuw waren er in Trier klokkenmakers gevestigd. In 1818 zaten hier zes klokkenmakers. In de loop van de 19e eeuw verbreidde dit beroep zich ook in het omliggende gebied. Er woonde bijvoorbeeld vanaf 1828 een klokkenmaker in Welschbillig, en in Bitburg waren er vanaf 1830 twee gevestigd.

In de loop van de 19e eeuw werd de tijd ook voor de grote massa objectief meetbaar. Het leven werd niet langer gestructureerd door het ritme van de natuur en het verloop van de dag maar door de klokslagen van de torenklok.

Een van de hier getoonde uurwerken werd in 1887 door de weduwe Susanna Gensterblum uit Wiltingen aan de parochiekerk van Könen geschonken. Zij was weldoenster van deze kerk. De klok is op zijn minst voor een deel samengesteld uit fabrieksmatig vervaardigde onderdelen. De tweede torenklok en de torso die ervoor staat, zijn nog helemaal met de hand gesmeed.