Geschiedenis van de hoofdgebouwen

Het in situ, d.w.z. op de originele plaats bewaarde hofgoed van het Roscheider Hof, is de kiemcel van ons museum. Het beherbergt het grootste deel van de volkskundige tentoonstellingen.

Het werd vervolledigd met einige overgebrachte gebouwen, een rozen- en een kruidentuin. Naast het binnenpark vindt u de landbouwkundige terreinen van het museum.

De boerderij van de Roscheider Hof is tegenwoordig in gebruik als tentoonstellingsgebouw. De boerderij bestaat uit diverse gebouwen: de kern wordt uitgemaakt door een gesloten hoeve. Verder zijn er schuren (tegenwoordig ingang van het museum en werkplaatsen), een weeghuisje (met binnen een verzameling oude weegschalen) en de intussen tot bezoekerscentrum omgebouwde mestopslagplaats. De gesloten hoeve heeft zijden van 40 meter lang en bestaat uit twee bouwlagen. Daarmee is het het grootste gebouw van het openluchtmuseum. Het herbergt tegenwoordig op 3500 vierkante meter thematische tentoonstellingen, het museumrestaurant en ruimten voor de museumadministratie. In tegenstelling tot de andere gebouwen werd de Roscheider Hof niet van een andere plek naar het museum overgeplaatst. De hoeve werd op deze plek gebouwd en vormt zo de kiemcel van het museum.


Geschichte des Hofguts


De Roscheider Hof wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1330. Tot de Franse Revolutie in 1794 (de revolutionaire troepen veroverden toen ook het gebied rond Trier) was het landbouwbedrijf in het bezit van de nog steeds bestaande benedictijnenabdij St. Matthias in Trier. De hoeve werd in de loop van de eeuwen over het algemeen door pachters gerund. Zij gebruikten het land voor akkerbouw, veeteelt en bij tijd en wijle ook voor wijnbouw. De pachters moesten de abdij jaarlijks belasting betalen in natura (graan, een varken) en bovendien moesten ze zogenaamde herendiensten verrichten, dat wil zeggen dat ze arbeid moesten verrichten op het land dat door de abdij zelf bewerkt werd.

Vervolgens werd het landgoed in 1805 ten gunste van de Franse staatskas geveild. Het werd gekocht door Nicolaus Valdenaire, een Franse militair die in 1801 naar Saarburg gekomen was en daar trouwde. Hij betaalde 8500 francs voor de hoeve, inclusief 28,8 ha akkerland, 35,04 ha onontgonnen land en 0,54 ha wijnbergen. Nicolaus Valdenaire breidde het landgoed uit door de aankoop van landbouwgrond. De hoeve zelf werd ook aanzienlijk uitgebreid.

Hij en zijn zoon Viktor speelden een belangrijke rol in de revolutie van 1848. Ze zaten als afgevaardigde in het provinciale parlement, in de landdag, in de Pruisische nationale vergadering in Berlijn en in het eerste Duitse parlement in de Paulskirche in Frankfurt. Intussen zaten ze voor zulke democratische activiteiten ook af en toe in de gevangenis.

Van 1865 tot 1871 herbergde de Roscheider Hof een particuliere landbouwschool. Daarna wisselde het landgoed diverse malen van eigenaar. De meesten van hen verpachtten het als landbouwbedrijf met zo’n 150 ha bruikbare grond. Daar kwam een einde aan toen een groot deel van de toenmalige landbouwgrond bebouwd werd (nieuwbouwwijk Konz-Roscheid) en de hoeve zelf werd omgebouwd tot het tegenwoordige openluchtmuseum.


Geschichte des Hofguts


Het oudste bouwdeel van het huidige complex is de noordoost-hoek van de gesloten hoeve. Bij de renovatie in 1978 kwamen een paar bouwdelen aan het licht die gedateerd konden worden op begin 16e eeuw of misschien zelfs nog eerder. Zo was er bijvoorbeeld een dichtgemetseld raampje met laatgotische posten, aan de kant van de weg. De noordelijke vleugel van de gesloten hoeve werd in 1819 door Nicolaus Valdenaire als woongedeelte ingericht. Hier zijn tegenwoordig de textiel- en de wooncultuurtentoonstelling. De zuidwestelijke vleugel is gedateerd op 1922. De rest van het geheel zal in de 19e en vroege 20e eeuw gebouwd zijn.

Wilt u meer over de geschiedenis van de Roscheider Hof weten, dan raden wij u aan onze publicatie ‘Der Roscheider Hof; Benediktinergut, Bauernschule, Freilichtmuseum’ te lezen. Deze is verkrijgbaar in onze museumshop.