Ambachten in de 20e eeuw: (2):De blik op het leven zoals het vroeger was en het sinds 10 jaren in ons eerste winkelstraatje voorgesteld wordt, stootte bij de museumbezoekers op zoveel interesse, dat de museumleiding besloot in de bovenverdieping van de oostvleugel een reeks verdere zaken uit magazijnbestanden,

zoals de complete overname van onlangs opgeheven winkels, in enkele standen in te richten. Daarbij kon de voorstelling van het ambachtelijk leven van voor een tot twee generaties door verdere 12 scènes uitgebreid worden.
1. Het architectenkantoor.
Nog voor relatief korte tijd was de tekentafel het voornaamste instrument van een architect. Computer-aided design (CAD) was nog niet uitgevonden. En nog wat gans wezenlijks onderscheidt de huidige architectuur, de hoogbouwkunst, met die van voor 100 jaar: de bouwmeesters van de vroegere tijd versierden hun gebouwen met de voor die tijdstijl overeenkomende sierelementen. Dat dit ook voor boerenhuisarchitectuur op het land gold, toont als voorbeeld de constructie van een gevellijst aan het Saargauhaus in het open terrein, op de voorste tekentafel van het architectenkantoor. Veel oude boerenhuizen tonen kunstvol gemaakte decoratieve sierelementen aan de huisinlijstingen der deuren en vensters, decoratieve elementen zoals lisenen, diamant-balk-vormen, versierde vensterbanken enz. Zelfs aan het klein boerenhuis bevinden zich nog bescheiden sierelementen, hoewel slechts aan de voorgevel, zoals b.v.b. aan ons Hunsrückhaus uit Fronhofen.



2. De spreekkamer van een dokterswoning.
In Konz praktizeren vandaag nog 30 artsen, velen daarvan als specialist. Voor twee generaties waren er in Konz vier of vijf medici, belast met de stad en het gehele ommeland en voor nagenoeg alles, van de geboortehulp tot de bijstand in de laatste uren. De vandaag verregaande specialisatie en vertechnisering van de medici was er nog niet. De spreekkamer van de vroegere arts, toch nog in diens privaatwoning ingericht, herinnert met zijn mobilair en met gedeeltelijk persoonlijke onderdelen nog aan een woonruimte, en zo was ook de atmosfeer tussen de dokter en zijn patienten nog familiair. Een belangrijk instrument voor de artselijke diagnose, de stethoscoop, is in onze spreekkamer, en is nog trechtervormig uit hout gedraaid. Het is het geschenk van een oude arts uit Konz. Aan oude en wellicht helemaal niet zo slechte behandelingsmethoden herinnert ook de batterij van aderlatingskoppen.



3. De hoedenwinkel Hannappel uit Trier.
Beim Pferderennen in Ascot gibt es sie noch, die traumhaften, phantasievollen Kopfbedeckungen der Damen. Im Alltag sind sie leider fast völlig verschwunden. Das mag auch die Familie Hannappel veranlasst haben, ihr Hutgeschäft aufzugeben und es dem Museum zu schenken. Noch vor zwei Jahrzehnten trugen die Frauen bei vielen Gelegenheiten und nicht zur als Wetterschutz Kopfbedeckungen. Dekorative Hüte trug die Weiblichkeit bei festlichen Anlässen, beim Kirchgang, bei Einladungen usw. Zur Herstellung der Hüte gab es neben Filz aller Art, Leder, Pelzwerk, Stroh, Bast, Binsen und andere Naturprodukte. Zur meist halbkugeligen eigentlichen Kopfbedeckung kamen schmale oder breite Ränder, die Krempen, ursprünglich als Regen- und Sonnenschutz gedacht, in mannigfachen Formen.

Tot de versiering van hoeden werden modieuze toebehoren in bijna eindeloze overvloed aangewend: linten en banden, ruchen, natuurlijke en kunstmatige bloemenstruiken, pauwe- en struisvogelveren, enz., sierstenen, medailles, hoedenspelden, enz. Er zijn altijd wel tijden geweest, in dewelke het dragen van hoeden niet algemeen gebruikelijk was. Wellicht komen eens de dameshoeden weer tot eer. Tot zover bewaart onze hoedenwinkel de herinnering aan een tijd, in dewelke de dameswereld charmante hoeden droeg.



4. Een spaarkasfiliaal uit de keizertijd.
De stichterstijd-schrijftafel was de arbeidsplaats van de spaarkassen, hij kende al zijn klanten, hun levensomstandigheden, hun kredietwaardigheid en hun betrouwbaarheden – zonder hulp van een computer. De kassier bewaarde zijn gelden in een stalen kast. Voor de boekingen van de betalingsin- en -uitgangen stond hem een speciale boekingsmachine ter beschikking. Spaarboek en kleinkrediet stonden centraal. Voor veel mensen was het ongewoonlijk, ja beledigend, om bankschulden te hebben. Ook bankrekeningen en overschrijvingen waren nog een uitzondering. Effectenzaken deed de spaarkas alleen met veilige waardepapieren.



5. De lijstenwinkel en winkel van religieuze voorwerpen.
Ook deze winkel heeft het museum te danken aan Trierse zakenlieden, het echtpaar Stoffels. Het inlijsten van schilderijen wordt op heden veelvuldig door galerijen en knutselkamers overgenomen, maar onze winkel toont nog een reeks van afbeeldingen, met de bedoeling om nieuw ingelijst of hersteld te worden.

Weelderig versierde omlijstingen zijn uit de mode geraakt. Ook de oude gietvormen voor de barokke vormen, die de lijstenwinkel nog in een kast bewaart, worden niet meer benodigd. Evenals het materiaal om te vergulden. Ook met de zinnebeelden der vroomheid is het niet meer zo als vroeger. Heiligenbeelden en Bijbelse voorstellingen, kruisbeelden, Jezus-, Maria- en engelenbeelden evenals kerstkribben verkopen zich niet meer zo als vroeger.

Een bijzonderheid in de lijstenhandel is de snijmachine, met dewelke de verstekken gesneden worden, de schuine sneden, om de lijsten rechthoekig tegen elkaar te kunnen voegen. Voor het op maat snijden van de afbeeldingen, de kartons en de passepartouts beschikte de lijstenwerkplaats over een snijmachine, zoals ze gelijksoortig ook de boekbinderij tegenover bezit.



6. De loodgieterwerkplaatsen.
De loodgieter, „Der Klempner“, maar in andere Duitse landen ook „Flaschner“, „Spengler“ of eenvoudig „Blechschmied“ genoemd, was vroeger in ieder groot dorp te vinden. Onze werkplaats uit delen van het bedrijf van Edmund Laubach en Felix Zock samengesteld, wordt beheerst door de driewalsmachine en de afkantbank. Met deze beide toestellen kon de loodgieter blikken buizen en blikken kasten vormen, emmers, kuipen, lampen en allerlei andere blikwaren vervaardigen. Voor de bouw van gecompliceerde blikconstructies dienden voor de loodgieter de aan de rechtse wand hangende „Abwicklungen“, ontvouwingen. Nog meer gereedschappen had de loodgieter nodig voor las- en soldeerwerken, om te klinken, boren, boorden, slijpen, ontbramen, enz. Vandaag is de loodgieterij in hoge mate naar speciaalbedrijven overgegaan, zoals b.v.b. naar de verwarmings- en verluchtingsbouwers, de carosseriebouw, de sanitairbranche en ook naar de dakbedekkingsbedrijven.



7. De ijzerwarenhandel Herrmann.
De winkel in de Trierse Karl-Marx-Straße was lange tijd nagenoeg aangewezen, wanneer men een speciale schroef of moer of wat dan ook uit metaal, nodig had, een deur- of vensterbeslag, een slot of een sleutel, schuifladengrepen, haken, scharnieren, nagels, klinknagels, draadstangen, maar ook nog petroleumlampen, vissersgerief en andere niet alledaagse dingen. In Trier wist men: „Herrman hat alles“, „Hermann heeft alles“. En men werd ook nog desbetreffend geadviseerd. Vandaag beheersen bouw- en doe-het-zelf-zaken het domein, waar men dan maar een gans pak schroeven moet kopen, ook al heeft men er slechts een nodig.



8. De boekbinderij
Onze kleine boekbinderij is een conglomeraat, verzameld van sedert lang gesloten werkplaatsen. Ze is echt typisch voor de laatste in onze region nog bestaande kleine werkplaatsen, in dewelke nog de kunst van de esthetische boekvormgeving beoefend wordt, soms door een leren band, door afdruk of met goudschrift. Een boekcultuur, die vroeger wezenlijk meer verspreid was dan vandaag. Een deel der speciale boekbindwerktuigen zijn te danken aan Herrn Peter Reinwald uit Konz, wiens vader het handwerk nog tot in hoge leeftijd uitoefende.

In het middelpunt der klassieke boekbinderij – en zo ook in onze kleine werkplaats – stond de naaibank, waarmee de afzonderlijke lagen tesamen gebonden werden. Belangrijk waren ook de persen en de snijmachine. Vandaag wordt de massa van de boeken naar een door de in de 30ger jaren door Ernst Lumbeck ontwikkelde methode met dispersiekleefstoffen, aan de rug tesamen gekleefd. Deze techniek maakt het mogelijk, de boeken met kleefmachines zeer rationeel en goedkoop, in grote aantallen te vervaardigen. En sinds kort is het electronische boek in opmars.

9. De lampenmanufaktuur
Een typisch voorbeeld van het verdwijnen van oude speciaalbedrijven is ook de manufactuur voor lampenschermen en lampen van Herrn Hofer. Ze heeft nog individueel, naar klantenwens, lampenschermen in handarbeid gemaakt, dus manufactuur in de woordelijke zin. Ook hier wordt aanschouwelijk, hoe kunst en handwerk eng verbonden zijn. Op erbij passende gebogen en tesamen gesoldeerde voetstukken werd het schermmateriaal – zijde of boomwolweefsel, lakfolie of perkament – bevestigd. De schermen werden met hittebestendige kleefstoffen bevestigd en met veelkleurige borduursels versierd. Tot de werkplaats behoorde ten slotte ook het ganse veelvoud aan lampentoebehoren. Voor de termijn van een jaar nog in Munster, is ons museum Herrn Hofer, de stichter en langjarige eigenaar, zeer dankbaar, dat deze werkplaats voor de ondergang kon bewaard worden.



10. und 11. Dames- en herenmode.
Ook met het voorbeeld van deze beide winkels wordt de in de gang zijnde verandering duidelijk: die winkels zijn er nog, maar de warenhuizen, en daarna de verzendhuizen, begonnen met Neckermann en Quelle, tot vandaag Amazon en de vele andere verzenders, bedreigen de traditionele speciaalzaken. De persoonlijke raadgeving, het passen, het bekijken bij dag- en kunstlicht, het betasten van de stof, al dat wordt vervangen door de bestelling volgens kataloog en kosteloze terugzending bij het niet bevallen.



12. De radiowinkel.
De radio heeft zich na de Eerste Wereldoorlog ontwikkeld. Het eerste Duitse radioprogramma met een muziekuitzending dateert van 29 october 1923. Het monopolie van het voordrachtswezen, van het theater en van de concert- en bioscoopzalen was daarmee gebroken. Met toenemende populariteit werden overal in de wereld radiostations opgericht. Het Duitse Rijk benutte het nieuwe medium zeer succesvol, om met eenvoudige districtontvangers, als goedkopere bestsellers, zijn propaganda te verspreiden. In de 30-ger en versterkt in de 50-ger jaren, kwam het tot een stormachtige ontwikkeling van de nieuwsberichtgeving en van de muziek- en amusementsuitzendingen door de radio. Technische verbeteringen van de ontvangsttoestellen, massafabricatie en het daarmee verbonden goedkoper worden, droegen ertoe bij, dat radio's tot gemeengoed werden en radiozaken overal opkwamen. De in het „radiomeubel“ grotere plaatsruimte benodigde radiobuistoestellen, gedeeltelijk nog uitgebreid met platenspelers en bandopnemers, werden later afgelost door de transistorradio's, die de miniaturisering en de digitalisering mogelijk maakten. Dan kwamen de Hi-Fi-toestellen met nog veeleisender techniek op. In de plaats van radio's waren er nu „Receivers“ als ontvangstgedeelte en veeleisende luidsprekerboxen. En vandaag kan men zich reeds uitzendingen per computer uit de „Cloud“ binnenhalen. In het kader van deze ontwikkelingen toont zich ook hier: De traditionele speciaalzaak verdwijnt, en met gewoonweg overstelpende reklame verovert de mediamarkt het veld.


Vidéos:

Eröffnung der 2. Ladengasse im Volkskunde- und Freilichtmuseum Roscheider Hof, Konz