Tuinen op de Hunsrück
Naast het huis Molz liggen twee tuinen die horen bij het huis uit Bell (B 4) en het huis uit Lieg (B 6). De omheiningen van enerzijds gevlochten hazelnoottwijgen en anderzijds gespijkerde dennenstammetjes dienden als bescherming tegen het weidevee en de kippen die vrij rondliepen in het dorp.

Gevlochten takken waren al in de Middeleeuwen bekend en werden nog tot laat in de 19e eeuw toegepast. Voor zo'n omheining kon men het zonder spijkers en draad stellen.

Zo'n tuin was vroeger niet alleen voor de sier, maar vormde in de waarste zin van het woord voor een deel ook de leefruimte van de eigenaar. Het nuttige en het aangename waren erin verenigd.

De groenten waren als voedsel van groot belang en geneeskrachtige planten als vlier (tegen verkoudheden met koorts), arnica (om wonden mee te behandelen), pepermunt en kamille (bij problemen met de spijsvertering) waren onmisbaar voor de huisapotheek. En in de zomer was de bloemenpracht ook nog eens een lust voor het oog.

De met buxusboompjes omzoomde paden verdelen de tuinen in gelijke stukken. In de tuin van het huis uit Bell, die de late 19e eeuw vertegenwoordigt, zijn de paden bestrooid met run oftewel gemalen eikenschors. De zuren daaruit verhinderen het opkomen van onkruid. De tuinpaden van het minder welvarende herdershuis uit Lieg zijn bestrooid met leischerfjes. Deze tuin vertegenwoordigt het eind van de jaren '20 van de twintigste eeuw. Daarom treffen we hier ook tomatenplanten aan, die in deze tijd hun intocht in de boerentuinen van de Hunsrück hielden.