Het bakhuis

Tijdens de wintermaanden van 1997/98 werd in het openluchtmuseum het bakhuis uit Oberkleinich in het district Bernkastel-Wittlich weer opgebouwd. Het betreft hier een klein gebouwtje van leisteen bestaande uit een verdieping.

Er is maar een enkele ruimte waarvan het achterste derde deel in beslag wordt genomen door de bakoven. Van oorsprong was het in het bezit van vijf leden van een bakcoöperatie die het in 1932 zelf gebouwd hebben. Het was nodig om een nieuw bakhuis neer te zetten omdat het naburige bakhuis van Adolf Weirich moest worden afgebroken. De man in kwestie had in 1928 een nieuw woonhuis neergezet en de rook van zijn oude bakhuis trok voortdurend in de kamers op de eerste verdieping. Zijn buren verklaarden zich bereid gezamenlijk een nieuw gebouwtje neer te zetten. In 1932 werd daaraan begonnen. De beweegredenen van Adolf Weirich waren van praktische aard, maar de beslissing van zijn buren om mee te doen werpt een interessant licht op de economische en culturele veranderingen die in de vroege jaren '30 van de vorige eeuw op de Hunsrück plaatsvonden.

Backhaus


Dat is goed te illustreren aan de hand van het voorbeeld van Edmund Meurer uit Oberkleinich. Zoals in de meeste boerenhuizen zat in de jaren '20 in zijn keuken alleen nog een open vuur. In die tijd begonnen net langzaam de ingemetselde spaarfornuizen of de gietijzeren fornuizen op te komen. Tot dan toe was de keuken een beroete, donkere ruimte geweest van waaruit de lucht van het brandende vuur door het hele huis te ruiken was. Ook ontstond er elke keer weer een laag roet op alle voorwerpen. Maar nu werd de rook via een pijp de schoorsteen in geleid en via het dak afgevoerd. Alleen bij het broodbakken ontstond er nog altijd rook, omdat in deze parochie de bakoven vaak aan het huis vast gebouwd was, zodat hij vanuit de keuken gevuld kon worden. Om de keuken eindelijk eens tot een rookvrije woonruimte te kunnen maken sloot hij zich bij de nieuwe bakcoöperatie aan. De oude bakoven werd niet meer gebruikt en uiteindelijk afgebroken.


Backhaus


Nu het open vuur en de rook uit de keuken verbannen waren, verloor deze het karakter van een zuivere werkruimte. Het werd een woonkeuken waardoor de woonkamer meer een soort salon werd. Dankzij het verdwijnen van de rook voltrok zich in het hele huis en het dagelijkse bestaan dat daar plaatsvond een ingrijpende verandering. Het wonen kreeg van toen af aan een nieuwe kwaliteit.

Ironisch genoeg vond deze verandering plaats in een tijd die bepaald werd door een economische crisis, grote werkloosheid en armoede. Het is ook aan het gebouwtje af te zien dat het niet gebouwd is in een tijd van overvloed. Bij het afbreken bleek dat er stenen van het afgebroken bakhuis voor de muren gebruikt waren, maar ook gebroken zandstenen troggen en andere afvalstenen. De wand van de oven bestaat voor een deel uit leisteen, en deels uit bakstenen en puimsteen. Maar het hart van het bakhuis, de oven, werd ook in die tijd door vaklui gebouwd, en wel door de bakovenfirma Edmund Frey uit Bell in de Eifel. De wederopbouw van de bakoven in het museum werd ook uitgevoerd door een bedrijf uit Bell. De firma Hermann Heufft is het enige overgebleven bedrijf uit het voormalige bakovenbouwers-dorp. Medewerkers van dit bedrijf bouwden in mei 1998 de oven op, zodat hij tijdens de festiviteiten wegens het 25-jarig bestaan van het museum op 12 juni 1998 kon worden ingewijd.