Reichsarbeitsdienst van het type RL IV. De barak was, van het einde van de oorlog tot haar wederopbouw vanaf 2017, gelegen in de Eifel en werd volgens mondelinge overlevering gebruikt als meldkamer voor een V1-lanceerbasis.

Dit type werd in 1934 door de Reichsarbeitsdienst als manschappenbarak ontworpen en vanaf 1937 in veel kampen gebruikt. Ze werd ontworpen voor vergelijkbare barakkentypes om tijdbesparend en goedkoop opgebouwd en terug afgebroken te worden. De Reichsarbeitsdienst was toen een voor elke tijd inzetbare bouweenheid, die snel op willekeurige plaatsen in het toenmalige Duitse Rijk opgebouwd kon worden. De verblijven moesten zich ook aan de levens- en arbeidsvoorwaarden aanpassen.

Reichsarbeitsdienstbaracke von innen


De barak is geconstrueerd als een modelbouwsysteem, alle delen zoals wand, vloer, daken enz. waren genormd en konden volgens een soort steeksysteem door middel van schroeven samengevoegd worden. De gevelbreedte van een enkele module bedroeg 3,30 m. Al naargelang het doel konden veel elementen aan elkaar bevestigd worden. Op de bouwplaats moesten enkel en alleen nog de fundamenten voorbereid worden, waar men volgens het landschap en bodemgesteldheid stroken of puntfundamenten uit afzonderlijke betonsokkels vervaardigde. In de zelfde modulebouwwijze konden zo naast manschappenbarakken ook keuken- was- en bestuursbarakken ingericht worden.

Dit barakkentype werd door het nationaalsocialistisch systeem ook voor veel andere doeleinden gebruikt. Het bestond naast andere ook in concentratiekampen en weermachtinrichtingen en werd voor het onderbrengen van krijgsgevangenen en dwangarbeiders gebruikt. Na de Tweede Wereldoorlog dienden deze barakken nog lange tijd als noodonderkomen o.a. voor het onderbrengen van vluchtelingen en zoals in Trier ook als noodkerk. Met het tot stand komend Wirtschaftswunder (economisch wonder) werden deze gebouwen grotendeels afgebroken. Vandaag (2019) bestaan slechts nog enkele exemplaren van deze barakkentypen, waarvan enige ook in het openluchtmuseum.