De kruidentuin
De kruidentuin van de Roscheider Hof omvat ruim 100 plantensoorten, die vanaf de Middeleeuwen tot nu als geneeskrachtige kruiden, specerijen en toverkruiden een belangrijke rol gespeeld hebben en nog steeds spelen.

De bedden worden aan de oostkant begrensd door een oude met klimop begroeide natuurstenen muur en zijn aan de westkant afgebakend met een buxushaag.

Naar klassiek voorbeeld is de tuin geometrisch aangelegd, met in het midden een stenen kolomtafel en in de schaduw van twee bomen elk een bank.

Historische tuinontwerpen van de Roscheider Hof, die in 1330 voor het eerst genoemd wordt, bestaan niet of niet meer. Zowel de huidige vorm van de tuin als de samenstelling van het plantenbestand zijn daarom gereconstrueerd aan de hand van zogeheten "Hausväterliteratur" en tuinboeken uit de 16e tot 18e eeuw betreffende het beheer van landgoederen: op landgoederen uit die periode bevond zich meestal een zogenaamde artsenijtuin, waar geneeskrachtige kruiden stonden. De keukenkruiden stonden daarentegen meestal in een aparte moestuin. Beide tuinen werden door de vrouw des huizes beheerd. Lijsten van artsenijtuinen omvatten soms wel 150 plantennamen, waaronder vele planten die al genoemd worden in de "Capitulare des villis", een uit de tijd van Karel de Grote stammende landgoed-verordening (812).Deze tuin is in het museum tegenwoordig alleen bedoeld als siertuin.

In het voorjaar/zomer 2020 werden de planten die in de kruidentuin bloeien gecatalogiseerd. Naar de planten in de kruidentuin van de Roscheider Hof