Boomgaarden zijn zeldzaam geworden. Vroeger lagen ze als een gordel om dorpen heen en voorzagen de bewoners van fruit. Dat fruit werd generaties lang niet alleen vers gegeten maar ook gedroogd en ingemaakt om het zo tot in de winter te kunnen bewaren.

Daarnaast vormde het ook de grondstof voor de viez (cider) en vruchtenbrandewijnen waar deze regio ook nu nog bekend om is. Maar de oude boomgaarden moesten vaak plaatsmaken voor nieuwbouwwijken die rond de oude dorpskernen begonnen te ontstaan, en daarmee verdween een element dat zo bepalend was geweest voor dit landschap.

De boomgaardweiden van ons museum bestaan uit ongeveer 220 bomen, waarvan ongeveer 2/3 appelbomen zijn. Bovendien zijn er peren, pruimen, mirabellen, kweeperen, mispels, zure kersen en kersenpruimen op het terrein. De oude bomen in ons museum stammen in hun kern uit de tijd toen de Roscheider Hof nog een landbouwbedrijf was. Het zijn meestal de klassieke "opbrengstvariëteiten" van die tijd. Rond 1980 werd aan twee randen van de grote fruitweide in samenwerking met het toenmalige Landbouwonderzoeksinstituut Trier door de heer Heinz Roediger een variëteitstuin aangelegd. Relatief kleine, meestal appelbomen met een grote verscheidenheid aan soorten zijn hier in twee rijen geplant. Vanaf ongeveer het jaar 2000 moesten de historische boombestanden gedeeltelijk worden verjongd omdat veel van de fruitbomen hun maximumleeftijd hadden bereikt. In het voorjaar van 2020 is een inventarisatie uitgevoerd om alle bomen met bloesem en vruchten te fotograferen en de bomen te catalogiseren.

Fruitbomen in Roscheider Hof (museum-digitaal)

Fruitbomen in Roscheider Hof (Wikimedia Commons)

Fruitboom bloesem 2020; kersen, pruimen, kersenpruimen, paardenbloemen, peren, appels, mirabellen kweeperen. Officiële bijdrage aan de digitale internationale museumdag 2020 en de digitale dag 20 juni 2020.


Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)