Het Saargauhof
Het gaat hier om een nagebouwd huistype dat typerend is voor het gebied rond Trier, en dat daarom meestal Trierer Einhaus genoemd wordt. Het is een variant op een type huis dat in heel Zuidwest-Duitsland voorkomt en dat door vaklui "Breitgegliedertes Quereinhaus" genoemd wordt.

Het gebouw is ontworpen naar voorbeeld van een grote hoeve in Köllig. Na voltooiing moet het een huismeesterswoning herbergen en de stallen voor het toekomstige vee van het museum. Dit laatste was de belangrijkste reden waarom het museum tot de bouw ervan besloten heeft. Een historisch gebouw zou al te zeer te lijden hebben onder de mest en de uitwaseming van de dieren. Ook bewoning zou een te zware belasting zijn.

Dit soort huizen komen in de streek rond Trier en ook in het aangrenzende Luxemburg en in Lotharingen in alle afmetingen en uitvoeringen voor. In de Saargau, het middelgebergte tussen de benedenloop van de Saar en de bovenloop van de Moezel, nemen ze wel heel statige vormen aan. De goede grond en een erfrecht dat de versnippering van bezit verhinderde hebben ervoor gezorgd dat er tot op de dag van vandaag imposante bouwlichamen bewaard gebleven zijn.

De gevel met vijf traveëen wijst er al op dat het hier om een ongewoon ruim en representatief gebouw gaat. De hal heeft een tongewelf en ook in de keuken is een gewelfd plafond. Dit wijst erop dat het oorspronkelijke gebouw uit de 18e eeuw stamt.

Het huis werd in 1987 tot in de kleinste details opgemeten en in de tijd daarna op een gepaste plek op het terrein van het museum nagebouwd. Het vinden van passende posten voor de deuren en ramen was een groot probleem. Er was in het museum weliswaar een ruime verzameling oude stenen van afgebroken huizen, maar daaruit vielen alleen de posten voor de twee schuurdeuren te halen.

Maar toen vernam men van het districtsbestuur Trier-Saarburg dat helaas een van de mooiste huizen van de Saargau in Dittlingen bei Merzkirchen zou worden afgebroken. Zo kwamen er bruikbare posten ter beschikking. De stenen die men toen nog te kort kwam werden door een steenhouwer uit Konz aan de hand van voorbeelden nagemaakt.

Aan de noordoostelijke gevelwand is een schuurtje aangebouwd dat in 1999 in Kahren bei Saarburg werd afgebroken. Het bijzondere aan dit schuurtje is de dakbedekking met monnik-en-nonpannen. Deze manier van afdekken is typerend voor Lotharingse boerenhuizen. Hier en daar komt het ook noordelijker voor tot in de Saargau. Het noordelijkste voorbeeld komt uit Wincheringen aan de bovenloop van de Moezel. De hier gebruikte dakpannen zijn niet handmatig gemaakt. Het zijn Nederlandse dakpannen uit de jaren '30, die van een nok voorzien zijn die achter de panlat geklemd wordt.

Trierer Einhaus

De bovenste verdieping van het Saargauhaus herbergt een woning die inmiddels bewoond wordt door een van de museummedewerkers die naast de zorg voor de boerentuin ook kleine huismeester- en opzichterstaken op zich genomen heeft en zich later ook met het vee in de stal zal gaan bezighouden. Op de benedenverdieping bevindt zich naast een keuken en een huiskamer (geopend in 2006) de stokerij van de in 1881 opgerichte firma Jean Marx uit Cochen.

De firma zat in de wijnbouw, de wijnhandel en de stokerij. Als stokerij leverde men niet alleen aan particulieren maar ook aan grootafnemers als hotels enzovoort. Aanvankelijk werd de wijn in vaten verstuurd, later in zogenaamde korfflessen (met stro beklede tenen manden met daarin bolle glazen flessen). Toen de productie van korfflessen te kostbaar werd, ging men over op verzending in met karton beklede plastic containers. Deze containers werden zoals indertijd gebruikelijk als stukgoed per trein verzonden.

Naast de voor een stokerij in een wijn- en fruitstreek gebruikelijke producten zoals wijnmoer, brandewijn van wijnmoer en diverse vruchtenbrandewijnen, heeft de firma Marx zich ook op de productie van Boonekamp toegelegd. Hierbij wordt aan de hand van een recept (dat door iedere producent uiterst geheim wordt gehouden) uit een kruidenextract en alcohol een maagbitter geproduceerd. Dit maagbitter werd in de typische kleine flesjes onder de beschermde naam ‘Burg Cochem, Marx Boonekamp’ op de markt gebracht. De afvulinstallatie voor steeds twee flesjes Boonekamp is inmiddels bij ons te bewonderen.

Toen de stokerij in 2002 werd opgeheven en de stokerij op grond van de accijnswet verwijderd moest worden, kwam deze in 2005 in het openluchtmuseum Roscheider Hof terecht.

Trierer Einhaus


Bij deze stokerij waar fruit verwerkt wordt gaat het om een zogenaamde forfaitaire stokerij. Dit zijn stokerijen die in tegenstelling tot verzegelde stokerijen niet onder staatstoezicht staan. In een forfaitaire stokerij mag alleen uit nauw omschreven grondstoffen per bedrijfsjaar een bepaalde hoeveelheid brandewijn gestookt worden. Deze opbrengst wordt belast of kan voor een vastgestelde en gesubsidieerde prijs aan de ‘Bundes-Monopol-Branntweinverwaltung’ verkocht worden. De hoeveelheid alcohol die de vastgelegde opbrengst te boven gaat is in feite de winst van de stoker. Een andere verklaring voor de term ‘forfait’ is dat de stoker zich er ook bij moet neerleggen als het resultaat minder dan verwacht is.

Het stokerijcomplex in het Saargauhuis bestaat uit drie ruimten: de stokerij, een voorbereidingsruimte en de verkoopruimte. De in een aanbouw van de Saargauhoeve ondergebrachte stokerij omvat onder andere een stoomketel, een vat en een koelapparaat. In de voorbereidingsruimte met de vulinstallatie, de etikettenkast, laboratoriumapparatuur enzovoort, werden de flessen klaargemaakt voor de verkoop om vervolgens in de verkoopruimte met zijn grote plankenwand, toonbank, verpakkingsmaterialen enzovoort aan de man te worden gebracht.

Impressies:

  • DCP_0247
  • DSCN8794
  • DSC_0384
  • P0002643
  • P0004649
  • P0004650
  • P0006678
  • P0006686
  • P0006687
  • RoscheiderHof-saargauhof-2005-1
  • RoscheiderHof-saargauhof-2005-2
  • RoscheiderHof-schlafkammer-07-2008-1
  • titelbild
  • titelbild2
  • titelbild3
  • vorschaubild

Simple Image Gallery Extended

Videos:

Lieselotte Haupers - Dä Landbriefträjer - Der Landbriefträger

 

 Aktuelles



Projekt DiMiDo des Studierendenwerks


DiMiDOo

Wir sind ab sofort Partner im Projekt DiMiDo dem Kultursemesterticket für Trierer Studis: Studierende aller Standorte der Hochschule Trier, der Universität Trier und der Theologischen Fakultät haben am Dienstag, Mittwoch und Donnerstag freien Eintritt.